Uren besteed aan buitenlandse vestiging tellen mee voor urencriterium

De Hoge Raad heeft na eerdere prejudiciële beslissing van het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) einduitspraak gedaan in de zaak Gielen. In deze procedure staat de vraag centraal of uren die in een andere lidstaat wonende ondernemer heeft besteed aan zijn vestiging aldaar, meetellen voor het urencriterium als de ondernemer ook in Nederland een vestiging heeft.

Het urencriterium is van belang voor diverse fiscale faciliteiten zoals onder meer: de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en aftrek speur- en ontwikkelingswerk.

Het HvJ EU had beslist dat een voor buitenlandse belastingplichtigen geldende (beperkende) Nederlandse wetsbepaling over het urencriterium in strijd is met de vrijheid van vestiging uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dat is óók het geval als een buitenlandse belastingplichtige kan kiezen om fiscaal te worden behandeld als een binnenlandse
belastingplichtige.

De Hoge Raad heeft nu arrest gewezen in deze zaak. De uitkomst hiervan is dat een in Duitsland woonachtige ondernemer Gielen zijn aan zijn Duitse vestiging bestede uren mocht optellen bij zijn aan zijn Nederlandse vestiging bestede uren en dit urensaldo in aanmerking mocht nemen voor de toets aan het urencriterium. Dit leidde ertoe dat hij meer dan het vereiste minimumaantal uren van 1.225 uur op jaarbasis aan zijn onderneming had besteed en daardoor recht had op de zelfstandigenaftrek.
 
De Hoge Raad gaf vervolgens aan dat voor de hoogte van de zelfstandigenaftrek de totale winst -van de Nederlandse en buitenlandse vestiging- bepalend is. De Hoge Raad baseerde zich daarbij op een ministerieel besluit van 19 juni 2010.

[ Bron: PwC ]

Kantoor

ramgatseweg15a

Ramgatseweg 15a
4941VN Raamsdonksveer
T: 0162-677977
F: 0162-677162
M: info@aahouweling.nl
Twitter: aahouweling

 

Nieuwsbrief

© 2012 Accountants Adviesbureau Houweling B.V. All rights reserved.          
Legal Disclaimer Algemene Voorwaarden E-mail Webmaster