Nieuw besluit goed koopmansgebruik en vorming voorziening
Nieuw besluit goed koopmansgebruik en vorming voorziening
Minister De Jager van Financiën heeft een nieuw besluit uitgebracht waarin hij enkele handvatten aanreikt voor een correcte toepassing van goed koopmansgebruik en de vorming van een voorziening. Ter verduidelijking zijn in het besluit ook enkele voorbeelden opgenomen. Zijdelings komen ook vormen van uitstel van winstneming aan de orde. Het besluit is een actualisering van eerdere besluiten.
Vormen van een voorziening
Bij de bepaling van de winst voor een zeker jaar mag voor toekomstige uitgaven een passiefpost worden gevormd, als die uitgaven:
1.hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich in de periode voorafgaande aan de balansdatum hebben voorgedaan (oorsprongeis); en
2.ook overigens aan die periode kunnen worden toegerekend (toerekeningseis); en
3.er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zij zich zullen voordoen (zekerheidseis).
Oorsprongeis
Bepalend in deze eis is dat de feiten waaruit de toekomstige uitgaven voortvloeien zich vóór de balansdatum hebben voorgedaan. Zo kan een voorziening voortvloeien uit een onrechtmatige daad, die aanleiding is voor een latere uitgave. Maar ook kan de oorsprong van de uitgave liggen in een overeenkomst waarbij de belanghebbende betalingen zal moeten doen, die gebaseerd zijn op analoge toepassing van overeenkomsten van derden. Verder kan de oorsprong van een toekomstige uitgave bijvoorbeeld liggen in handelingen waarbij verwachtingen zijn gewekt tegenover derden, of handelingen die leiden tot het ontstaan van afval of slijtage.
Toerekeningseis
De tweede eis die aan het vormen van een voorziening wordt gesteld, is dat de uitgaven “ook overigens” kunnen worden toegerekend aan de periode tot en met balansdatum. Aan deze eis wordt voldaan als aannemelijk is dat bepaalde toekomstige bedrijfsuitgaven:
a.niet zijn toe te rekenen aan toekomstige voordelen, en
b.ook naar hun aard geen kosten zijn van toekomstige jaren.
Het is dan niet in strijd met goed koopmansgebruik om kosten – die in de toekomst tot uitgaven leiden – ten laste te brengen van het jaar waarin aan de oorsprong-en zekerheidseis is voldaan, mits de omvang van de toekomstige uitgave redelijkerwijs kan worden geschat.
Toerekenen aan periode na balansdatum
Het kan dus zijn dat toekomstige uitgaven weliswaar hun oorsprong vinden in de aan de balansdatum voorafgaande periode, maar “overigens” zijn toe te rekenen aan de periode na balansdatum op basis van de hierboven onder a. of b. gegeven omstandigheden. In het besluit geeft de minister enkele voorbeelden ter verduidelijking.
Zekerheidseis
Deze eis houdt in dat er per balansdatum, objectief beoordeeld, een redelijke mate van zekerheid moet bestaan dat de toekomstige uitgaven zich zullen voordoen. Handvat daarbij is of de kans dat de uitgave daadwerkelijk zal worden gedaan groter is dan de kans dat de uitgave zich niet zal voordoen. Of voldaan wordt aan deze eis zal sterk afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden van het geval. Ter verduidelijking geeft de minister in het besluit enkele voorbeelden.
Voorziening of winstuitstel
Bij de beoordeling of aan de oorsprongeis wordt voldaan en of er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat toekomstige uitgaven zich zullen voordoen, komt soms de vraag op of er in het voorgelegde geval wel sprake is van de mogelijkheid een voorziening te vormen, of dat er niet veeleer sprake is van uitstel van winstneming. In de praktijk komt het er feitelijk op neer dat de vraag moet worden beantwoord óf er een toekomstige uitgave ten laste van het resultaat kan worden gebracht als voorziening dan wel of er een deel van de opbrengst (voorlopig) niet in het resultaat wordt betrokken.
Voorzichtigheid winstbepaling
In dat verband zijn de arresten van de Hoge Raad van 7 december 2001, nr. 35 255 (waardering terugbetalingsverplichting bij inlevering zegelboekjes) en van 13 oktober 2006, nr. 42 602 (uitstel winstneming bij kans op terugoverdracht bouwproject) relevant. In beide gevallen brengt de voorzichtigheid die aan de winstbepaling volgens goed koopmansgebruik inherent is, met zich dat uitstel van winstneming kan worden genoten. Deze arresten kunnen als basis dienen bij de beantwoording van vragen als er bijvoorbeeld sprake is van een latente terugbetalingsverplichting, bij de uitgifte van klantenkaarten of bij verkoop met korting bij latere inruil.
Inhaal van kosten
Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 26 augustus 1998 (nr. 33 417) is de vraag opgekomen of dit arrest inhaal van kosten mogelijk maakt. Het arrest biedt op dat punt ruimte voor twijfel. Aan de ene kant overweegt de Hoge Raad namelijk dat voor toekomstige uitgaven een passiefpost mag worden opgenomen in het jaar waarin zij worden opgeroepen. Aan de andere kant wordt daarentegen gesproken over uitgaven die hun oorsprong vinden in de periode voorafgaande aan de balansdatum. Dit zou er op kunnen duiden dat de Hoge Raad inhaal van kosten toelaatbaar acht. De minister ziet hoe dan ook, geen beleidsmatige argumenten die een verzet tegen de mogelijkheid van inhaal rechtvaardigen.
Bijlagen:
•Minister van Financiën, 6 augustus 2010, nr. DGB2010/3706M (260.95 KB)
[ Bron: Redactie Plein+ ]
Gratis fiscaal nieuws!
Vragen?
Meest bekeken
Laatste Nieuws
Kantoor

Ramgatseweg 15a
4941VN Raamsdonksveer
T: 0162-677977
F: 0162-677162
M: info@aahouweling.nl
Twitter: aahouweling

