30%-regeling ook over later genoten optie-inkomen
30%-regeling ook over later genoten optie-inkomen
Onlangs deed Rechtbank Breda een uitspraak die ertoe leidt dat de 30%-regeling breder kan worden toegepast.
De rechter oordeelde dat deze regeling ook van toepassing is op inkomsten uit opties die de werknemer nog na zijn vertrek uit Nederland behaalde.
Voor werknemers die naar Nederland of naar het buitenland worden uitgezonden kunnen werkgevers onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van een bijzondere kostenvergoedingsregeling, namelijk de 30%-regeling. Deze regeling houdt in dat zij aan bepaalde werknemers, zonder nader bewijs, 30% van het loon inclusief de vergoeding of 30/70 van het loon exclusief de vergoeding kunnen verstrekken als vrije vergoeding voor de extraterritoriale kosten.
In een recente zaak bij Rechtbank Breda draaide het om de vraag of inkomen uit opties die worden uitgeoefend na het vertrek uit Nederland ook tot het loon behoren. Het ging in deze zaak om een Amerikaan die in 2002 tot en met 2005 in Nederland werkte als statutair bestuurder en hier woonde. Eind 2005 ging hij weer terug naar de Verenigde Staten. De man had vanaf 2002 recht op toepassing van de 30%-regeling. Tijdens zijn dienstbetrekking kreeg hij aandelenopties toegekend die pas na 31 december 2005 onvoorwaardelijk werden. In 2006 zijn de opties uitgeoefend en ontving hij daaruit een voordeel van ruim € 2 miljoen.
De rechtbank boog zich over de vraag of de werknemer recht had op toepassing van de 30%-regeling over het inkomen uit de opties.
Tijdslimiet
De rechtbank stelde vast dat bij de voorloper van de 30%-regeling (de oude 35%-regeling) een maximumtoepassingsduur van 120 maanden (tien jaar) gold, ongeacht of een ingekomen werknemer wel of niet meer in Nederland verbleef. Bij de invoering van de nieuwe regeling is destijds geen wijziging beoogd over de geldigheidsduur van de regeling. Vervolgens gaf de rechter aan dat de 30%-regeling geldt voor alle loon uit dienstbetrekking voor het verblijf in Nederland en niet alleen voor dat inkomen dat is genoten tijdens het verblijf in Nederland. Er geldt volgens de rechtbank dus geen beperking voor de inkomsten waarop de 30%-regeling van toepassing is, maar alleen een beperking in de tijd dat de 30%-regeling toepasbaar is voor een werknemer.
Let op!
Tegen deze uitspraak is hoger beroep aangetekend. Houdt het gerechtshof de uitspraak in stand, dan zou dat een bredere toepassing geven aan de 30%-regeling. Niet alleen voor optie-inkomen dat een werknemer nog geniet na zijn vertrek uit Nederland (en dat (deels) aan Nederland kan worden toegerekend), maar bijvoorbeeld ook voor bonussen die worden betaald na vertrek. Het moet dan gaan om uitbetalingen die nog niet onvoorwaardelijk zijn op de datum van vertrek, maar die wel zien op werkzaamheden in Nederland.
Bronnen:
• Rechtbank Breda, 10 maart 2010, LJN: BL8858 >>
• De BelastingAdviseur >>
Gratis fiscaal nieuws!
Vragen?
Meest bekeken
Laatste Nieuws
Kantoor

Ramgatseweg 15a
4941VN Raamsdonksveer
T: 0162-677977
F: 0162-677162
M: info@aahouweling.nl
Twitter: aahouweling

